Nieuwjaarsspeech Burgemeester van Zutphen
Lieve mensen,
Ik wens u vanavond een gelukkig ‘elk’ jaar toe, omdat ik deze avond voorspoed en mijn goede voornemens zowel voor 2026 als voor 2062 wil uitspreken. Ik wil u, mijn stad en onze gemeente, nu ik de gelegenheid krijg, namelijk een bedding naar de toekomst meegeven. Een bedding vanuit mijn hart.
Want ik wens ons toe dat 2026 een menselijk en veerkrachtig fundament zal zijn voor onze gezamenlijke toekomst. Een vertrekpunt die ervoor zorgt dat we in 2062 opnieuw op de toppen van ons kunnen staan. Immers als je door onze gemeente loopt realiseer je je dat al het moois dat wij nu koesteren eens besluiten van bestuurders en een gemeenschap waren.
En wie wil niet dat de geschiedenis van de toekomst ook over ons met eerbied spreekt, vanwege het goede en het mooie dat nu besloten wordt en straks bewonderd. 2026 biedt ons met verkiezingen, een nieuwe bestuursperiode, verbeteringen in de organisatie het momentum om dat fundament, zoals vaker in onze geschiedenis, te leggen
Lieve mensen ik ben ervan overtuigd dat als we doortastend en vooruitstrevend aan onze gemeente werken, we ver voorbij onze fysieke eindigheid, nog steeds zo toonaangevend kunnen blijven als het eerste gestemde carillon van Nederland, dat nog steeds in de Wijnhuistoren hangt. En dat – niet geheel toevallig – in onze stad z’n thuishaven vond. Ik hoop dat men in de toekomst eens op deze tijd reflecteert en concludeert: In de jaren ’20 en ’30 van de 21ste eeuw waren ze voortvarend in die mooie gemeente Zutphen
Een burgervader hoort geen politieke opvatting te hebben. Maar vooruitkijken maakt mijn geladen wensen kenbaar. Voornemens voor de toekomst, die ik ons zacht maar gedecideerd zou willen meegeven. Van deze kroonbenoemde burgemeester mag u immers verwachten dat hij zijn kijk op de toekomst van de geschiedenis van onze gemeente af en toe met u deelt.
Lieve mensen, naast het ambt van burgemeester heb ik besloten het ambacht van ‘stadsgids’ te willen aanleren. En in die hoedanigheid reik ik u vanavond een wensroute aan door onze gemeente. Niet enkel over kasseien, maar vooral in de tijd. Een route in de vorm van een boeket aan woorden, als bloemlezing verbonden. Omwonden om politiek gedoe te voorkomen. Maar vooral om in geur en kleur te kunnen laten zien welk een prachtig Zutphens veldboeket in 2062 ontstaat als wij nu ons best doen. Onze toekomst vraagt om plannen die met urgentie worden gesmeed. En een gemeente die ze met slagkracht realiseert. Maar wel in de traditie van onze zachte zorgzaamheid en kunstige nijverheid.
Laten we dat vanavond eens virtueel aan de hand van 10 bestemmingen bekijken. De prachtig groene kolos aan de ’s-Gravenhof is ons vertrekpunt. Een tijdloos gebouw, dat zowel 800 jaar geleden, in de jaren ’90 als in 2062 zijn functie met allure vervult. Daarin huist een bestuur dat haar inwoners hoort, haar verscheidenheid inzet om te laten zien dat alleen alle perspectieven samen het goede en mooie kunnen bereiken. Genomen besluiten worden als eenheid gedragen. Want tegen de politiek zeg ik: water bij de wijn is als je veel moet drinken geen verdunning maar een recept tegen hoofdpijn.
Kom, laten we van start gaan met deze avondwandeling door onze toekomstige Biostad. Een plek waar natuur en stad magneten zijn en geen tegenpolen. We kijken nog even over de schouder naar het hof des Graven, dat groen en museaal haar auto’s heeft verloren. We kruisen de markt en slaan links af.
Naar links in dat straatje met z’n lampjes en geveltuintjes. Hier zorgen ze onder leiding van buuf Lia voor elkaar. Het doet me denken aan bloemkoolhofjes in onze Zuidwijken. Straatjes en wijkjes waar inwoners de weg met elkaar vinden. Men eert het aangezicht van de straat en vooral de eigenheid die je daarmee creëert. De bewoners zijn zuinig op elkaar, met pannen soep, pleisters en boven alles handvatten om elkaar vast te houden.
Daar blijkt dat de bouw van weerbaarheid en veerkracht, niet alleen de crisis buitenhoudt maar juist de verbondenheid binnenbrengt. Laten we daar samen in 2026 aan bouwen. Juist een tijd van potentiële crisis vraagt om gezamenlijkheid. En mocht die gezamenlijkheid even niet lukken, blijf dan tenminste met elkaar spreken en luisteren, al is het maar om zo dichtbij mogelijk langs elkaar heen te praten. Haal de weerbaarheid in huis, lieve mensen. Dat kan nooit kwaad. Elke grootse uitkomst in 2062 is eerst een klein gebaar in 2026.
We lopen verder, vanuit de Heukestraat, richting startplaats voor gidsen. We knipogen de Wijnhuistoren gedag. Priklicht leidt – via de Pelikaan - naar een donkere hoek. Een gids komt doorgaans niet, op Polsbroek. En dat is maar goed ook, want het is een plek die door niets of niemand is gespaard. Geparkeerde auto’s verdrukken zich er diagonaal. Een plek waar zelf winkelwagentjes huiveren. En dat gelegen tegen de flanken van de mooiste binnenstad van Nederland, ongenadig erfgoed versus praktisch en plat.
Het is onze plicht juist daar, te komen tot een warme eigentijdse plek. Met iconische gebouwen, zoals het onze stad betaamd. Een plek die ons met elkaar en met de historische binnenstad verbindt. Dan kijkt men in 2062 met genoegen naar dit gebied. Omdat wij voor Polsbroek de beste architecten en bouwers vonden. Het net zo iconisch wisten te maken, zoals ooit de markten zijn ontstaan uit een gedempte verdedigingsgracht.
We gaan even langs de mooiste hof van de Hanze. Want een theater hoort in de stad te liggen. En cultuur dat is Zutphen, zoals Zutphen cultuur is. Als een magnetisch middelpunt verbonden in een kunstminnend netwerk van Deventer, Apeldoorn en Lochem. Hier raken talenten de toppen van hun kunnen. Omringt door een nieuwe cultuurwijk, met huizen als bomen die kunstig over het spoor zo Noorderhaven in groeien.
We trekken onze veters aan om verder te kunnen over de spoorbrug naar de open ruimte. Hier willen we géén gemiddelde polderwijk doorgeven, maar het thuisgevoel van de Heuve met zijn kruidenier. De contramal van het dorp, tegenover de geslaagde stadse allure van Noorderhaven, aan de overkant. Denkbeeldig weet ik exact wat te doen; ik plant er – blad over bloem – biostad bloemkolen voor de Hovenaren. En zo eer ik ingetogen de erfenis van Boer Kip.
Via de Oude Touwbaan even de uiterwaarden in. Daar zien we het beste: het silhouet dat in de toekomst de goede kijker toont dat schoonheid van torens zich niet enkel in kerktorens vertaalt. Want torens, lieve mensen, torens horen nu eenmaal bij deze stad. Iedere generatie heeft het recht en de plicht om de mooiste toren van zijn tijd te bouwen. Torens zijn namelijk onze spiegel van het ontstaansmoment van de tijd waarin men leeft. Natuurlijk vanuit de hoogte en achteraf bezien, maar toch…...
Dus liever kantel ik nieuwe flats. Hun breedte verruil ik liever met de lengte en smeed er torens van. Stadspilaren op afstand van elkaar. Stadspilaren die ruimte bieden, omdat er zovelen zijn die nu een thuishaven zoeken. En geloof mij, ik wil daar torenhoog over meedenken. Maar veel liever nog laat ik het over aan de beste stadsbouwmeester. Want dat is wat deze stad verdiend.
Het drassige buitendijkse land voert ons naar de rotonde richting Brummen en rechts naar Voorst. We zijn een centrumgemeente die al eeuwen, vanuit alle hoeken in de ommelanden, lampjes met een eigen kleur met elkaar verbindt. Juist de diversiteit van karakters is de garantie voor ieders eigenheid. Ik hoop dat wij in 2062 nog veel meer verstrengeld zijn met onze buren zoals de bewoners van de IJsselstreek dat vroeger waren.
Dus wat zeg ik in deze tijd tegen Brummen? “Weet dat de markt en de boer elkaar al eeuwen stevig vasthouden, omdat stad en land ieder met z’n eigen identiteit, juist samen of misschien zelfs als enige de mooiste samenleving kunnen maken.
De nieuwe brug brengt ons naar de overkant. In het groen ontpopt zich Warnsveld. Immer dorp gebleven, drijvend op buurthuizen en bibliotheek. Ik drink er met de jonge dorpsraad een borrel in de herstelde dorpskroeg. We praten over Koningsdag, hier de mooiste in de regio, met de geschoten vogel, die symbool staat voor de eigenheid van Warnsvelds identiteit.
Maar ook in onze hele gemeente zullen we feesten omdat de tijd maar zo kort is. Het vieren van onze identiteiten, monumenten, onze muziek en onze sportievelingen, alles in één. De tweede zaterdag in september vieren we wat mij betreft voor altijd als de geboortedag van Zutphen. De dag waarop het gonst van diversiteit, er geproost en bewonderd wordt, uitgegaan en bewogen, wanneer ons hele palet aan mogelijkheden in één verjaardagsweekend is gestoken.
Via de Gerard Dou betreden we het Waterkwartier. Hier blijft het zelfs bij vorst stromen. Toonbeeld van een diverse keuken, waar we momenten van aanbranden weten te voorkomen. Omdat veiligheid eigenlijk geborgenheid betekent, mag afwijking geen pijn doen. Bovendien “willen moet je ook maar kunnen” en dus is hulp geboden. Om de buurt, naast veelzijdigheid ook zijn rust te gunnen en de rustelozen een goede slaapplek te bieden. En daarom gaan in 2026 zorg en veiligheid hand in hand. Zodat in 2062 de moeilijke kant van samenleven menselijk en gelijk onder ons allen verdeeld is.
Ik meander huiswaarts. Maar niet voor u op te roepen om mee te doen. Te beginnen door in maart in hokjes plaats te nemen, en daarna vooral de ademruimte te hebben daaruit te breken. Ga stemmen en blijf bovenal goed gestemd. Door zo dichtbij mogelijk langs elkaar heen te bewegen en te luisteren, opdat we gezamenlijk genomen besluiten royaal uit kunnen voeren. Zodat men in 2062 zal zeggen dat er 40 jaar eerder werd geïnvesteerd in kwaliteit en kunde, in luchtkastelen die niet onrealistisch zijn voor onze centrumgemeente. In de geborgenheid van oude en nieuwe buurten, ja met een enkele toren, in buurthuizen die kroegen zijn. Opdat men in 2062 zal zeggen dat het zo gek nog niet was wat ze in 2026 begonnen.
Het stadsuurwerk van Zutphen wekt me uit mijn gedachten. Waarschijnlijk ben ik, ondanks het verzoek van de raad korter van stof te zijn, toch goed bedoeld op de troepen vooruit gedenderd. U moet het me maar niet kwalijk nemen, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en niets menselijks is mij vreemd.
De Wijnhuistoren zegt me naar huis te gaan. Op de drempel naar dit jaar zoek ik naar de sleutelbos in m’n winterjas. Dan zwaait de deur al open. Daar staat ze met de deurknop in haar hand; de vrouw bij wie ik in elk weertype schuilen mag. Met wie ik een gelukkig ‘elk’ jaar beleven kan, dankzij ons torenhoog vertrouwen, in elkaar.
Dat wens ik u ook toe, lieve mensen. Een torenhoog vertrouwen. Een fundament dat u doet durven springen, omdat u weet dat u kan landen; vanaf de toppen van torens met kraakhelder uitzicht: richting liefde, verbondenheid en warmte.
Lieve mensen, gelukkig nieuwjaar!
Bekijk hier de opgemaakte versie van de speech inclusief sfeerfoto's uit de gemeente (pdf, 9.4 MB)