Toespraak Holocaustherdenking, 27 januari 2026

Toespraak Burgemeester Wimar Jeager tijdens de herdenking van de Holocaust in de Synogoge, Zutphen - 27 januari 2026

Lieve mensen, goedemorgen. Wat fijn en goed dat u er allemaal bent.

Ik vrees dat ik vandaag niet de meest optimistische speech voor u ga houden. We herdenken vandaag de Holocaust. Het is vandaag 27 januari dat 81 jaar geleden het concentratiekamp Auschwitz werd bevrijd.

In dat concentratiekamp in Polen werden 1,1 miljoen mensen vermoord. Stel je voor, Zutphen telt 50.000 inwoners. In Auschwitz werden van 22 steden, zoals Zutphen, alle inwoners vermoord. Dat is onvoorstelbaar.

Uit Zutphen en Warnsveld werden 400 mensen gedeporteerd en vermoord. Veruit het grootste deel van al die vermoorde mensen waren Joden. Laten we ons goed realiseren dat die 1,1 miljoen mensen, mensen waren net zoals jullie, zoals ik. Mensen die zich een aantal jaren voordat ze vermoord werden in Auschwitz op geen enkele manier konden voorstellen, dat zij op deze manier slachtoffer zouden worden. Net zoals wij ons nu niet kunnen voorstellen dat wij ooit op zo'n manier behandeld zouden kunnen worden.

Het is van het grootste belang dat we deze mensen herdenken. En u weet allemaal waarom we dat doen. Want de uitspraak is niet voor niets. Je bent pas echt dood op het moment dat je niet meer herinnerd wordt. En daarom is het zo belangrijk om ieder jaar weer te herdenken.

Maar er is een tweede reden waarom we hier bij elkaar zijn. En dat is omdat we ons ook goed moeten realiseren dat de gebeurtenissen in Auschwitz ook plaatsvonden onder het toeziend oog van heel veel mensen.

Het is op een dag als vandaag niet alleen van belang om terug te kijken, het is ook van belang om vooruit te kijken. En dan richt ik me toch met name tot jullie, tot de leerlingen van het Isendoorn College, omdat ik niet anders kan dan mij te realiseren dat de toekomst in jullie handen ligt.

En dat betekent ook dat jullie, de jongeren van nu, de enige zijn die straks kunnen bewaken dat zoiets wat toen is gebeurd, nooit meer plaatsvindt. Om daarvoor te zorgen moet je antwoord hebben op de vraag hoe het nou zover kon komen? Ik wil twee aspecten naar voren brengen waarvan ik zelf denk dat die belangrijk zijn om die te onthouden.

Laat ik beginnen bij datgene wat Anne Frank in haar dagboek schreef. Ondergedoken in Amsterdam, doodsbang, maar constant als je haar dagboek leest, nadenkend over wat is goed en wat is fout. En dat laat zien dat je ongeacht je leeftijd, hoe jong of oud je ook bent, in welke omstandigheden dan ook, altijd kunt nadenken over de vraag wat is eigenlijk goed en wat is eigenlijk fout.

En ik snap heel goed dat dat een ontzettend lastige vraag lijkt. Maar ik ga jullie vertellen dat het eigenlijk best een makkelijke vraag is, waar jij alleen zelf antwoord op kan geven. Want je hoeft er maar één ding voor te doen. En dat is, als je wil weten of iets goed of fout is, voor jezelf even je ogen dicht te doen. En dan te bedenken: gaat dit over mensen, gaat dit over menselijkheid? En kijken of je van je hoofd naar je hart kan komen.

Dan krijg je vanzelf het antwoord op wat goed en fout is. En ja, dat is voor iedereen verschillend. Maar we mogen het grote vertrouwen hebben dat veruit, de meeste mensen goed zijn. Goed in het hart zijn. Als we in staat zijn om onszelf af en toe te confronteren met het beeld en de vraag wat is goed en wat is fout, en we doen dat echt eventjes in onszelf, dan kun je erop vertrouwen dat het goede antwoord daaruit voortkomt.

Een tweede aspect is ook iets wat je ook terug kan vinden in het dagboek van Anne Frank. Zij schreef letterlijk: “hoe wonderlijk is het dat niemand ook maar een moment hoeft te wachten om de wereld te verbeteren”. Kennelijk zat zij daar in dat achterhuis, opgesloten, in angst, toch te bedenken, wat moet je nou doen om die wereld te verbeteren.

En dat sluit aan bij het vraagstuk waarom dit heeft kunnen gebeuren. Want Auschwitz was niet de uitkomst van een paar mensen die een kamp bouwden. Van een paar mensen die buitengewoon racistisch waren. Van een paar mensen die te veel wapens hadden of allerlei slechte voornemens hadden.

De belangrijkste reden waarom Auschwitz kon plaatsvinden was, omdat er zoveel mensen waren die zwegen. Het is van het grootste belang dat op het moment dat er echt onrecht plaatsvindt, dat er iets is wat echt fout gaat, we ons dan realiseren dat we ons moeten uitspreken. Als je dat niet aan het begin doet, dan wordt het van kwaad tot erger.

Primo Levi, dat is iemand die Auschwitz overleefde, schreef: “Ja, Auschwitz is inmiddels buiten ons. Maar het hangt nog steeds overal in de lucht. Het is zoiets als een plaag die is verdwenen, maar de besmetting is nog altijd aanwezig. En het zou heel dwaas zijn om dat te ontkennen.”

Bijna 80 jaar na de bevrijding was het 7 oktober 2023. Een verschrikkelijke terroristische aanslag door Hamas gepleegd in Israël. En zonder dat ik op enige wijze tekort wil doen aan die verschrikking en die ongelooflijke menselijke misdaad, moeten we ook kijken wat de gevolgen waren.

En die gevolgen waren.dater mede vanwege het optreden van de Israëlische regering veel kritiek ontstond. En die kritiek die ging zich plotseling richten op Joden. Daar is geen ander woord voor dan antisemitisme. Want Jood zijn betekent niet dat je onderdeel bent van de Israëlische regering.

Het betekent niet dat je verantwoordelijk bent voor wat het Israëlische leger deed. Jood zijn is niets anders dan hoe je geboren bent. Daarmee probeer ik te komen tot de kernvraag die we ons altijd moeten blijven stellen: mag je mensen bekritiseren en beoordelen? Ja natuurlijk mag dat als het gaat over wat ze zeggen of wat ze doen, maar onder geen voorwaarde mag je mensen bekritiseren of beoordelen om wie of wat ze zijn.

Of het nou gaat over je achtergrond, of je jood bent of niet. Of dat het nou gaat over je geloofsovertuiging, of je moslim bent of niet. Of dat het gaat over je seksuele voorkeur, of je homo bent of niet. Of het gaat over de kleur van je huid, of je zwart bent of wit. Dat zijn allemaal elementen die horen tot de kern van wie wij zijn als mens. Daar hebben we altijd respect voor. Want als je dat niet hebt heb je ook geen respect voor jezelf.

Wie of wat mensen zijn hebben we met elkaar te waarderen, te zien, te ondersteunen. Dat is de kern van menselijkheid, dat we zien wie die mens is zonder dat we veroordelen hoe dat eruitziet. Net zoals dat de Palestijnen niet verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de daden van Hamas, zo kunnen de Joden niet verantwoordelijk worden gesteld voor de daden van de Israëlische regering. Het onderscheid dat je daar maakt, is dat je mensen nooit tot doelwit mag maken. Je kunt beleid kritiseren, je kunt handelingen kritiseren, maar nooit, nooit de mens tot doelwit maken. En dat is precies in mijn optiek wat we vandaag herdenken en veroordelen.

Wie een ander mens uitsluit of vernedert om zijn geloof, om zijn kleur, om zijn nationaliteit of om zijn achtergrond is geen medemens, maar is eigenlijk een antimens. Waar we ook vandaan komen, wat ook onze dromen zijn, wat ook onze overtuigingen zijn, wat we ook koesteren, wat ook de reden is waarom we de straat op gaan, uiteindelijk is er voor ons één moreel kompas in het goed of fout en dat is het mens zijn.

Dat kompas dat we hebben laat ons verhouden tot een ander en dan gaat het over vrijheid. Denk er maar eens over na wat het betekent als je zegt, ik ben vrij als jij het bent en jij bent vrij als ik het ben. Jouw vrijheid wordt bepaald eigenlijk door de ander. Want als jij op social media gepest wordt of in een hoek gezet wordt, ben je niet vrij. Niet vrij om te zijn wie je bent en dat komt dan omdat een ander je die vrijheid niet geeft. En dat betekent ook iets voor jezelf. Namelijk dat jij ervoor zorgt dat je de vrijheid aan die ander geeft zoals die ander verantwoordelijk is om de vrijheid aan jou te geven.

Het begon voor de Tweede Wereldoorlog niet met woorden. Niet met zogenaamde grapjes. Niet met mensen buitensluiten. Het begon niet met het afnemen van de vrijheid van de ander. Het begon met mensen die daar niets tegen deden. Het begon met mensen die om wat voor reden dan ook hun mond hielden.

Mensen die in eerste instantie dachten, ach, dit geldt niet voor mij. En in tweede instantie dachten, dit zijn er misschien wel heel veel, maar nog steeds geldt het niet voor mij. Dat zijn andere groepen, dus dat geldt niet voor mij. Maar uiteindelijk, in 1945, gold het voor iedereen.

Dat verdriet ontstaan uit zwijgen duurt nog steeds voort. Het duurt al meer dan 80 jaar, die pijn. En ik zeg dat nog meer in deze tijd. Want laten we heel eerlijk zijn, afgelopen weekend zien wij dat er iemand in Minneapolis optreedt, omdat hij ziet dat er iemand onmenselijk behandeld wordt, tegen de grond gedrukt wordt. En diegene die dat filmde en vervolgens probeert te helpen, die op stond en overleefde het niet, hij werd doodgeschoten. Dat is een ultieme vorm, een ultieme prijs die zo iemand betaald heeft en die hij niet van tevoren, een uur van tevoren, niet had kunnen bedenken. Dat zoiets gebeurt op een plek die wij beschouwen als rechtstaat moet een enorme alarmbel zijn. Of op z'n Amerikaans een “wake up call” zien wij in de VS hetzelfde gebeuren als we in de jaren dertig zagen gebeuren?

Als wij niet massaal met elkaar onze mond opentrekken op het moment dat de vrijheid wordt ontnomen. Als wij niet spreken op het moment dat anderen gediscrimineerd worden, op het moment dat wij niet van ons laten horen als zogenaamde sterke krachten vinden dat ze moeten bepalen of een ander goed of slecht is. Als we daar niet onze mond van het begin af aan over open doen, dan zijn wij uiteindelijk aan zelf aan de beurt. Dus spreek je uit voor de ander maar ook voor jezelf.

En ik realiseer me heel goed dat dat een zware boodschap is. En ik realiseer me ook dat het harde woorden zijn en dat je op het moment (zeker op jullie leeftijd leeft) wel wat anders aan je hoofd wilt hebben. Dat snap ik heel goed. Ik doe ook niet een beroep op jullie om de hele dag hierover na te denken. Nee, leef je leven. Maar zorg ervoor dat je af en toe even een moment hebt dat je over je eigen moraliteit, over goed en fout nadenkt. Of het nu gaat over situaties op school, of het nu gaat over situaties op straat, of het nu gaat over situaties in het land, of als het gaat over situaties in de wereld. Spreek je uit!

Want echt waar, jij kunt van alles doen om te voorkomen dat Auschwitz ooit weer gebeurt. Dat is alleen maar door je mond open te doen en te handelen naar datgene wat jij denkt dat goed en fout is.

We houden de herinnering aan de holocaust vast, omdat we mensen eeuwig zullen blijven herdenken. Maar we houden ook de gedachte aan de Holocaust vast, omdat we met elkaar verantwoordelijk zijn om dat nooit weer te laten gebeuren.

Dank jullie wel.