Maaibeleid

Om meer biodiversiteit te krijgen, maaien wij minder vaak binnen de gemeente. Door het groen anders in te richten en bermen uit te breiden, kunnen er plantensoorten groeien waar bijen en vlinders op afkomen. Het kan zijn dat u hier vragen over heeft. Daarom hebben we de belangrijkste onderwerpen voor u op een rij gezet.

Waarom maait de gemeente minder?

Biodiversiteit willen we graag behouden en bevorderen. Door minder vaak te maaien, kunnen er veel verschillende grassen, bloemen en kruiden groeien. Dit zorgt voor een verbetering van de flora en fauna in het stedelijk gebied. Naast het minder maaien, zaaien wij ook speciale zaadmengsels in om de biodiversiteit te bevorderen.

Wat maait de gemeente wel?

Bermen bij verkeer- en uitzichthoeken (bijvoorbeeld bij kruispunten) maaien wij twee tot drie keer per jaar. Daarnaast kijken we of er nog op andere plekken gemaaid moet worden. Dit is afhankelijk van de groei van het gewas.

Hoe vaak per jaar maait de gemeente?

We hebben drie maairondes per jaar. Dit betekent niet dat alle plekken drie keer per jaar gemaaid worden. De rondes zijn namelijk op verschillende typen bermen gericht.

Maaironde 1: vroeg in het jaar

De eerste maaironde wordt vroeg in het jaar uitgevoerd. In maart zijn een aantal bermen gemaaid die in de winter 2020/2021 zijn blijven staan. De overwinteringsplekken zijn belangrijk voor de flora en fauna.

Maaironde 2: kleine ronde

De tweede maaironde is een kleine ronde en is gericht op de verkeersveiligheid. Ook worden stukken met teveel grassen gemaaid. Van te voren maakt de groenbeheerder een ronde en wordt er bepaald welke bermen er gemaaid worden. Ongeveer 25 tot 30% van de bermen wordt gemaaid.

Maaironde 3: in oktober

De derde maaironde is, afhankelijk van het weer en beeld, in oktober. Ook deze maaironde is op aanwijzing van de beheerder. Ongeveer 40% tot 60% van het gewas blijft staan. Hierdoor zijn er weer voldoende overwinteringsplekken voor de flora en fauna.

Houdt de gemeente bij de maairondes rekening met berenklauw en Japanse duizendknoop?

Treft u berenklauw of Japanse duizendknoop aan? U kunt dit aan ons melden via de melding openbare ruimte. We maaien deze planten 2 keer per jaar.

Wat doet de gemeente tegen grasaren?

Grasaren zijn bloeiwijzen van een bepaald soort gras. Ze kunnen vervelend zijn voor honden (en katten). Als een hond in het hoge gras loopt en speelt, kunnen de grasaren in de vacht blijven hangen. Een enkele keer kunnen de aren ook dieper in de huid dringen, of in de oren, tussen de tenen, in de wang, het oog en soms zelfs in de neus 'kruipen'.

We proberen de meeste overlast door grasaren te voorkomen, door het gras langs de randen van paden en wegen regelmatig te maaien. Hondenlosloopgebieden die veel gebruikt worden, maaien we eens per 10 dagen.

Helaas is het niet mogelijk om de overlast van grasaren helemaal te voorkomen. De aren zijn natuurlijke zaden van grassen en groeien op heel veel plekken. Het is niet mogelijk om al die plekken vrij te maken van grasaren. Het is daarom belangrijk dat ook hondenbezitters zelf goed opletten.

Wat kan een hondenbezitter zelf doen?

Laat uw hond niet in het hoge gras lopen. Langs de meeste paden en bij uitlaatvelden is het gras kort en loopt u het minste risico.

Controleer na elke wandeling de hond op plekken waar de grasaren zich kunnen hechten: de huid tussen de tenen, op de kop (ogen, neus en oren) en de huidplooien rond voor- en achterpoten. Zo bent u er altijd vroeg bij.

Heeft u het vermoeden dat uw hond last heeft van grasaren en kunt u deze niet zelf verwijderen? Maak dan een afspraak met de dierenarts voordat het erger wordt.

Waarom zien we nog weinig bloemen?

De aanwezigheid van bloemen hangt sterk af van de bodem. Is het zand of klei bijvoorbeeld. De bermen van dijken, zoals in de Zuidwijken, bevatten veel gras en weinig bloemen. Dit komt door het kleidek op de dijk. Een kleibodem heeft veel voedingsstoffen. Hier groeien bloemen zoals de klaproos of korenbloem niet zomaar. Maar grassen wel.

Er zijn meerdere mogelijkheden om meer bloemen te krijgen in de bermen. Het inzaaien van bermen levert snel resultaat, maar is kostbaar. We kiezen daarom vaak voor een aanpak die langer duurt. We maaien en voeren het gras af. Hierdoor wordt de bodem voedselarmer. Zaden komen via de wind, via vogels en via de vacht of poep van dieren (zoals schapen).

Hoe kan het dat aan de ene kant van de weg of voetpad de groenstrook wel wordt gemaaid en aan de andere kant niet?

Waar we maaien langs de weg of een voetpad, hangt ook af van het gebruik van de weg. We zorgen dat langs een voetpad 1 meter gemaaid wordt, zodat hondenbezitters hier hun hond goed kunnen uitlaten. En de hondenpoep goed kunnen opruimen. Maar ook voor de verkeersveiligheid kan het belangrijk zijn een bepaald deel te maaien, zoals bij kruispunten.

Per maaironde maaien we bovendien niet alles in 1 keer weg. Wij doen dit omdat op elke locatie waar hoog gras staat, ook dieren gebruik maken van het hoog gras voor voedsel, nest- en schuilplek. Denk aan insecten, zoals vlinder en bijen en kleine zoogdieren, zoals muizen. Zo zoeken we een balans tussen het behoud van een mooie berm, en het behoud van dieren die de berm gebruiken.

Bermen in het buitengebied

De bermen in het buitengebied worden nu alleen gemaaid vanwege verkeersveiligheid. In oktober / november wordt een aantal bermen wel gemaaid. Ongeveer 50% van het gewas blijft staan.

Kan er extra gemaaid worden?

Eigenlijk doen we dit niet. Ontstaat er een onveilige verkeerssituatie? Dan kunt u een melding maken via 'melding openbare ruimte'.